Communicatie
auteur: Mirjam de Vries
Soms denk ik dat ik een moeilijk mens ben. Voor mezelf maar wellicht ook voor anderen. Dat klinkt vreselijk zwaar maar zo bedoel ik het niet. Of wel. Dat is het moeilijke zeg maar. Ik bedoel eigenlijk te zeggen dat ik graag wil dat iedereen me begrijpt en als het even kan ook gewoon een leuk mens vindt. Heb jij dat nooit?
Ik heb ooit eens gelezen dat als het aan mij ligt, ik vrede met alle mensen moet houden. Nou ik doe dat, vrede houden met alle mensen. Dus als er geen vrede is dan ligt het aan die andere mens, wie dat dan ook is, dat is duidelijk (..).
Ik vind niets zo ingewikkeld dan communicatie. Want communicatie, of het gebrek daaraan, is vaak de oorzaak van die onvrede. Als ik zeg tegen Ane Marten dat het vandaag wel erg druk was dan verstaat mijn wederhelft dat ik vreselijk moe ben. Dat heb ik toch niet gezegd? Het is wel zo, maar ik heb het niet gezegd. En daar gaat het om. Toch? Om wat ik heb gezegd. Of geeft het gewoon aan dat mijn wederhelft mij goed kent. Nou, dat gaat niet altijd op, want als ik chagrijnig reclameer dat ik geen kleren kan vinden om aan te trekken, vraagt hij me niet wanneer ik wil gaan shoppen. Nee, dan vraagt hij waarschijnlijk of de was wel is bijgewerkt. Dus zo goed kent hij me dan ook weer niet.
Het kan ook zijn dat ik gewoon onduidelijk ben of indirect communiceer. Daar ben ik goed in heb ik ontdekt. En dat maakt me misschien een moeilijk mens, voor de omgeving althans. Voor mij is dat juist handig want als ik niet helemaal duidelijk communiceer kan ik later zeggen (als het verkeerd uitpakt bijvoorbeeld) dat ik het zo niet heb bedoeld. Dat zeg ik dan heel direct, dat ik dat niet zo heb bedoeld. En nu ik erbij nadenk zeg ik veel meer dingen heel direct. 
Het gaat er volgens mij vooral om wat ik bedoel en wat de ander hoort. Ik hoorde eens een columnist zeggen: “het gaat er niet om wat je zegt, maar wat de ander hoort”. Ik vind dat een wijsheid. Het impliceert dat ik moet weten, of enigszins een idee moet hebben, van wat de ander zou kunnen horen. En dan kom je volgens mij terecht op iets fundamenteels: relatie. Als je de ander kent dan spreek je anders met diegene dan wanneer de persoon een onbekende voor je is of een vage kennis. Maar dat geldt natuurlijk ook voor die ander die jou kent. Soms vind je gewoon (mijn inziens heel terecht) dat die ander je toch wel moet begrijpen of moet weten dat je dat niet, of juist wel zo hebt bedoeld, omdat die ander jou toch kent?
Begrijpen wat de ander bedoelt, wie de ander is, is een hele uitdaging. Die uitdaging moet iedereen aangaan, want dat is het leven. We zijn niet gemaakt om solistisch te leven. Alles valt of staat met communicatie, van waaruit relatie voortvloeit. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Dat zie je ook in de opvoeding van kinderen. Je wilt graag weten wat je zoon of dochter denkt, wat hem of haar bezig houdt. Zo leer je het kind immers ook kennen. Wanneer je daarover een vraag stelt dan besef je hoe ingewikkeld het voor een kind is om onder woorden te brengen wat het voelt en denkt. En in een eerder stadium van de ontwikkeling is het voor een kind zelfs heel moeilijk om te vertellen wat het zoal gedaan heeft. 
Communicatie: een spel wat geen spel is. Je kunt niet winnen of verliezen; er is geen limit aan het aantal deelnemers maar er zijn wel spelregels. Een wijze koning heeft, jaren geleden, diverse spelregels opgetekend in een boek, de Bijbel. Zijn naam was Salomo en zijn spelregels staan onder andere in Spreuken, ik citeer er een paar:
- In het rechtsgeding heeft de eerste (spreker) gelijk, maar dan komt de ander en rekent hem na. (18:17)
- Iemand heeft vreugde, als hij een gepast antwoord geeft, en hoe goed is een woord op zijn tijd! (15:23)
- Een woord, in juiste vorm gesproken, is als gouden appelen op zilveren schalen. (25:11)
- De tong der wijzen brengt degelijk kennis voort, maar de mond der zotten stort dwaasheid uit. (15:2)
Ik zou mezelf toch geen zot willen noemen, ik reken wel eens iemand na, in gepaste antwoorden ben ik goed, degelijke kennis… nou daar kan ik ook in meedoen. Toch niet zo’n moeilijk mens dan dat ik dacht. En een zilveren schaal heb ik ook.
- “Zeg, wat voor appels heb je op die schaal?”
- “Hoezo? Waarom vraag je dat?”
- “Nou gewoon, daar ben ik benieuwd naar.”
- “Als je het zó vraagt dan krijg ik het gevoel dat je denkt dat ik er rotte op heb liggen.”
- “Dat zeg ik toch niet?”
- “Nee, maar dat gevoel krijg ik wel.”
- “Dat is jouw gevoel dan.”
- “Dat vind ik zo’n dooddoener. En trouwens iedereen heeft wel rotte appels op die schaal, of misschien zelfs peren.”
- “Dat denk ik ook ja.”
- “Zie je wel!”
- “Wat zie je wel?”
- “Nou je zegt net dat iedereen rotte appels heeft op die schaal, terwijl je eerst zei dat je dat niet zei.”
- “Ik zei dat niet, ik bevestig alleen wat jij zegt.”
- “Dus jij denkt dat ik rotte appels heb?”
- “Die heb ik zelf ook.”
- “Nee, maar denk jij dat ik rotte appels heb? Denk je niet dat ik een paar gouden heb? Of misschien bronzen? Al is het maar een half appeltje?”
- “Nou, dat vroeg ik jou, maar als je het mij vraagt: Natuurlijk heb je bronzen appels”
- “Geen gouden dan?”
- “ook”
- “Maar je zei eerst brons dus die heb ik er meer dan goud?”
- “Dat zei ik toch niet”
- …………….

Mirjam
POSTED: 29.05. 2008, 15:56 (0)